



Een periode waarin het klimaat op aarde aanzienlijk kouder was dan tegenwoordig en waarin grote delen van de continenten, in ieder geval op het noordelijk halfrond, met landijs en gletsjers waren bedekt. Wordt ook wel glaciaal genoemd; een warmere periode tussen twee ijstijden een interglaciaal.
De laatst bekende ijstijden zijn:
Günz- of Cromer-ijstijd: 600.000 - 540.000 jaar geleden
Günz-Mindel-interglaciaal: 540.000 - 480.000 jaar geleden
Mindel- of Elster-ijstijd: 480.000 - 370.000 jaar geleden
Mindel-Riss-interglaciaal: 370.000 - 240.000 jaar geleden
Riss- of Saale-ijstijd (Saalien): 240.000 - 150.000 jaar geleden
Riss-Würm-interglaciaal: 150.000 - 70.000 jaar geleden
Würm- of Weichsel-ijstijd (Weichselien): 70.000 - 10.000 jaar geleden
Zo’n 600.000 jaar geleden veranderde het klimaat op de aarde. De straling van de zon werd minder, de winter werd kouder en ook ’s zomers ging de temperatuur omlaag. De zomers werden ook korter. In de winter viel er veel sneeuw. In honderden jaren werd Noord-Europa en de Alpentoppen bedekt met sneeuw. Omdat de zomers te kort en te koud waren dooide de sneeuw nooit helemaal, alleen de bovenste laag smolt. Als het dan weer kouder werd veranderde de gesmolten sneeuw in ijskorreltjes en de noemden we firn. De overgang van sneeuw naar firn duurde maar een paar dagen. Het gebeurde vooral op beschutte plaatsen, zoals in bergdalen. Op deze firn viel weer nieuwe sneeuw, zodat er een steeds zwaardere firn-laag ontstond. De lucht tussen de ijskorrels werd weggeperst. Zo ontstond er een ijsmassa die we een gletsjer noemen. Het kon wel honderden jaren duren voor dat sneeuw en firn een gletsjer waren. Wanneer de ijsmassa een bepaalde dikte had, begon hij te schuiven, dan zeggen we dat de gletsjer stroomt.
Door de kou kwam de sneeuw steeds verder naar het zuiden. De gletsjers rukten op tot in het laagland.Waar eerst altijd regen viel viel nu sneeuw. Het verschil is dat regen terugstroomt naar zee, en sneeuw en ijs niet. Dus bleef er veel meer water op het land liggen. De zeespiegel lag daardoor 90 meter lager!! De kustgebieden vielen droog, de eilanden werden met het vasteland verbonden. Bijvoorbeeld de Britse eilanden en Noord-Frankrijk waren een geheel. Veel later, toen het klimaat verbeterde smolt de sneeuw weer.



